• Achtergrond 2017

Juryrapport Wetenschapsprijs van het jaar 2013

De jury heeft besloten dat voor de Wetenschapsprijs 2013 de keuze beperkt blijft tot artikelen, die zijn gepubliceerd in het 38-ste MOA-Jaarboek ‘Ontwikkelingen in het Marktonderzoek’ dat in januari 2013 is verschenen. De jury heeft geen artikelen in overweging genomen, waar één van de juryleden als auteur bij betrokken was.

Uit het MOA-jaarboek van 2013 zijn drie artikelen geselecteerd, die in de ogen van de jury, door middel van zijn/haar wetenschappelijke verhandeling over het vakgebied, een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van het vakgebied.

De keuze van de jury is gebaseerd op de volgende vier criteria: 

  1. Vernieuwend, innovatief
  2. Toepasbaar in de praktijk van het marktonderzoek
  3. Leesbaarheid voor marktonderzoekers
  4. Competente methodologie: probleemstelling, methode, literatuur, analyse, conclusies, en compleetheid. 



Nominaties in 2013

  • Hoofdstuk 5: Raassens, Wuyts en Geyskens, “Welke factoren beïnvloeden het succes van het uitbesteden van klantenservice?” 
  • Hoofdstuk 13: Hensen, De Jong, De Ruyter en Wetzels, “Groen voorbeeld doet groen volgen: de filiaalmanager als aanjager van milieurentmeesterschap onder verkopers”.
  • Hoofdstuk 14: Risselada, Verhoef en Bijmolt. “Houdbaarheid van churnvoorspellingsmodellen”.  


Beoordeling van de drie genomineerde artikelen

  • Raassens, Wuyts en Geyskens (hoofdstuk 5): “Welke factoren beïnvloeden het succes van het uitbesteden van klantenservice?”.
    Dit artikel gaat over een actueel onderwerp en is helder geschreven. Wat opvalt in dit theoretisch sterke hoofdstuk is het gebruik van meerdere secundaire databronnen om inzicht te krijgen in de factoren die het uitbesteden van klantenservice succesvol maken. De afhankelijke variabele is de verandering in de marktwaarde van de onderneming op de aandelenbeurs. Een belangrijke uitkomst is dat uitbesteden succesvoller is als persoonlijk contact en gespecialiseerde kennis minder belangrijk zijn . Als er wordt uitbesteed aan meerdere partijen heeft dat ook een positief effect op de beurskoers. De resultaten van het onderzoek geven duidelijk aan in welke situaties het uitbesteden van klantenservice een goede overweging kan zijn, en zijn daarom interessant voor marketingmanagers die het uitbesteden van klantenservice overwegen. 
  • Hensen, De Jong, De Ruyter en Wetzels (hoofdstuk 13): “Groen voorbeeld doet groen volgen: de filiaalmanager als aanjager van milieurentmeesterschap onder verkopers”.
    Een goed leesbaar hoofdstuk over een maatschappelijk relevant onderwerp, namelijk het vertalen van milieuvriendelijke strategieën naar de werkvloer. Het onderzoek is theoretisch sterk en vernieuwend. De auteurs stellen het proces dat speelt tussen verkopers en filiaalleiders centraal en geven aan hoe dat proces effect heeft op de verkopen van groene en reguliere producten. De aanpak met onder meer scripts en geavanceerde hiërarchische analysemethoden geeft goed inzicht in hoe milieurentmeesterschap onder verkopers gestimuleerd kan worden. De auteurs laten zien dat leidinggevenden een belangrijke rol spelen in het verbeteren van milieuprestaties van retailers en dat milieuvriendelijke prestaties wel degelijk kunnen samengaan met financiële prestaties. De resultaten van het onderzoek geven op die manier duidelijke handvatten voor marketingmanagers die een meer milieuvriendelijke strategie overwegen. 
  • Risselada, Verhoef en Bijmolt (hoofdstuk 14): “Houdbaarheid van churnvoorspellingsmodellen”.
    Allereerst valt op dat dit methodologische artikel zo helder en leesbaar geschreven is. Het betreft hier een actueel en uiterst relevant onderwerp voor CRM en het berekenen van customer lifetime value (CLV) in het bijzonder, namelijk: het goed voorspellen van churnkansen. Door het gebruik van twee grote datasets wordt door de auteurs goed inzicht gegeven in de houdbaarheid van verschillende churnmodellen. De uitkomsten van het onderzoek zijn zeer belangrijk voor de praktijk, omdat de noodzaak wordt aangegeven om al na enkele perioden nieuwe churnmodellen te schatten. Het veronderstellen van een constante churnkans blijkt riskant. Tenslotte dient opgemerkt te worden dat deze studie een goede mix betreft van onderzoek en marketing praktijk, en marktonderzoekers een bruikbaar inzicht geeft in deze complexe methodiek. 


En the winner is… het artikel “Houdbaarheid van churnvoorspellingsmodellen” van Risselada, Verhoef en Bijmolt!